Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente grote tegenvallers op kan vangen. Het ‘Besluit begroting en verantwoording’ omschrijft een risico als “een kans op gevaar of schade met financieel gevolg van substantiële omvang”. Ook bij goed financieel beheer kunnen onverwachte financiële gevolgen optreden. Doorgaans worden deze bij de gemeentelijke jaarrekening gemeld als nadelen. Bij grotere tegenvallers kan het noodzakelijk zijn al tussentijds maatregelen te nemen. Dergelijke risico’s kan de gemeente dragen door het achter de hand hebben van voldoende weerstandsvermogen. Bij het weerstandsvermogen gaat het dus om de robuustheid van de begroting. Een precies sluitende begroting zonder weerstandsvermogen betekent dat iedere tegenvaller een probleem gaat opleveren, als er geen even grote meevallers tegenover staan. De begrotingsprogramma’s en daarmee het beleid van de gemeente staan dan permanent onder druk. Een weerstandsvermogen als financiële buffer is daarom noodzakelijk. Hoe groot die buffer moet zijn hangt vooral af van de risico’s die de gemeente loopt.

Behalve het aanhouden van een financieel weerstandsvermogen zijn er andere manieren om de financiële gevolgen van risico's op te vangen:

  • Veel gebeurtenissen zijn weliswaar onverwacht, maar doen zich zo regelmatig voor dat over meerdere jaren bekeken vrij goed is aan te geven wat de financiële gevolgen daarvan kunnen zijn. Hiervoor reserveert de gemeente bedragen in de begroting of in voorzieningen.
  • Bij investeringsprojecten is het gebruikelijk dat in de kostenraming (en het investeringskrediet) een post voor onvoorziene tegenvallers wordt meegenomen.
  • Risico’s kunnen beperkt worden door het afsluiten van verzekeringen, bijvoorbeeld tegen brand¬schade aan gemeentelijke gebouwen.
  • Een aantal risico’s kan voor een gedeelte worden opgevangen uit specifieke bestemmingsreserves. Mocht de omvang van die reserve niet toereikend zijn, dan komt de Algemene reserve weer in beeld als risicoafdekking.

De relevante risico’s voor het weerstandsvermogen zijn de risico’s die niet of onvoldoende op een andere manier zijn ondervangen. Deze risico’s kunnen een beroep gaan doen op de onderdelen van het weerstandsvermogen.

Berekening van het weerstandsvermogen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het structurele en het incidentele weerstandsvermogen.

Structurele weerstandsvermogen
Het structurele weerstandsvermogen bestaat uit de begrotingspost onvoorzien. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken. Het zorgt zodoende voor een beetje flexibiliteit. De post onvoorzien bedraagt € 0,8 mln.

Incidenteel weerstandsvermogen
In Den Haag wordt het weerstandsvermogen gevormd door de algemene reserve, de dienstcompensatiereserves, programmareserves, centrale bedrijfsvoeringsreserve en de reserve grondbedrijf. De standen van de bovenstaande reserves zijn per einde 2016 naar verwachting als volgt:

Verwachte stand 31/12/2016

Hoogte in euro’s

  1. Algemene reserve

75

mln.

  1. Reserve Grondbedrijf

52,4

mln.

  1. Programmareserves

11,3

mln.

  1. Dienstcompensatiereserves

4,3

mln.

  1. Centrale bedrijfsvoeringsreserve

5,5

mln.

Totaal

148,5

mln.

Ad 1) De algemene reserve dient voor het afdekken van tekorten in de gemeentelijke jaarrekening. Hiermee wordt voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot onmiddellijk bezuinigen. Niet alle gemeenten lopen dezelfde risico’s. Het is daardoor niet mogelijk een algemene norm te stellen voor een eenduidige relatie tussen de algemene reserve en de risico’s. Iedere gemeente moet op basis van de eigen specifieke situatie een beleidslijn formuleren over het noodzakelijk geachte weerstandsvermogen. Inherent aan risico's is dat de precieze omvang van de mogelijke schade of kosten niet vaststaat. Dat komt natuurlijk vooral omdat het altijd gaat om een onzekere gebeurtenis, met navenant onzekere kosten. De gemeente Den Haag maakt gebruik van een risicocumulatiemodel. Hierbij wordt van elk risico de kans berekend dat het zich voordoet, gesimuleerd wordt dat een combinatie van bepaalde risico’s zich voordoet. Met dit model maken we een zo goed mogelijke berekening van de noodzakelijke hoogte voor het weerstandsvermogen. De gemeente heeft ook het risicocumulatiemodel laten onderzoeken (RIS 282251). De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn dat het huidige systeem helder en transparant is. Uit de berekening bij de begroting 2016 volgt dat de hoogte van het weerstandsvermogen € 75,8 moet zijn (rekening houdend met de post onvoorzien van € 0,8 mln.)

Ad 2) De reserve Grondbedrijf is de financiële buffer voor het Grondbedrijf.
De reserve is nodig om te verhinderen dat tekorten van het grondbedrijf de totale gemeentelijke financiële huishouding verstoren. Opbrengsten uit grondexploitaties worden aan deze reserve toegevoegd, verliezen uit grondexploitaties worden hiermee verrekend. Voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen worden periodiek risicoanalyses uitgevoerd. Van alle grondexploitaties worden de algemene risico’s van de marktontwikkelingen in beeld gebracht. Van de 40 grootste grondexploitaties worden bovendien specifiek naar de projectrisico’s en projectkansen gekeken. Het benodigde weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een bandbreedte. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen wordt bepaald door de risico’s op alle projecten te verminderen met het totaal aan kansen en de verwachte voordelen uit winstgevende projecten. De verwachte stand van de reserve Grondbedrijf per 31/12/2016 is € 52,4 mln. Zie de paragraaf Grondbedrijf voor een gedetailleerde onderbouwing van de actuele hoogte van de reserve Grondbedrijf.

Ad 3) De programmareserves
De Programmareserves zijn nieuw. In de verordening Financieel Beheer en Beleid staat de werking van deze reserves beschreven. De programmareserves zijn bedoeld om tussentijdse risico’s en tegenvallers op te vangen. De verwachte stand van de Programmareserves per 31/12/2016 bedraagt €11,3 mln.

Ad 4) De gemeentelijke diensten hebben een eigen dienstcompensatiereserve voor het opvangen van bedrijfsvoeringsrisico’s.
De dienstcompensatiereserves worden doorontwikkeld. Het totale resultaat van de DCR’s is positief.

Gemeentelijke risico’s

Onderstaande risico’s zijn meegenomen in de berekening van de algemene reserve:

Risico

Korte omschrijving

Kans op risico

Bedrag

Weging

Max. bedrag

1

Rampen en zware ongevallen

1%

63.500

1

63.500

2

Eigen risico verzekeringen

10%

5.400

1

5.400

3

Grote Projecten

25%

25.000

1

25.000

4

Ontsluiting zuidelijk havengebied Scheveningen

50%

3.500

1

3.500

5

Waardering vastgoed

75%

9.000

1

9.000

6

Bijstandsuitkeringen 2017

60%

54.000

1

54.000

7

Bijstandsuitkeringen 2016

90%

7.400

1

7.400

8

WMO

50%

6.000

1

6.000

9

Risicoraming Jeugd

50%

4.150

1

4.150

10

Hogere benutting PGB

60%

3.300

1

3.300

11

Statushouders

pm

Risico's met een structureel karakter

12

Gemeentefonds: BTW compensatiefonds

40%

10.000

1,5

15.000

13

Afschaffing Precariobelasting

50%

15.800

1,5

23.700

14

Belastingplicht overheidsbedrijven

50%

1.000

1,5

1.500

15

Afname WSW in relatie tot rijksbijdrage

50%

3.500

1,5

5.250

16

BTW sport

50%

2.500

1,5

3.750

17

Transitievergoeding SW

60%

600

1,5

900

18

Erfpacht

60%

3.500

1,5

5.250

Totaal

236.600

Alle risico’s tellen op tot € 236,6 mln. Geen enkel risico is 100%, want dan zou het een knelpunt zijn. Het risicocumulatiemodel rekent scherper. Het model gaat uit van scenario’s waarbij risico’s niet, geheel of gedeeltelijk optreden. Al deze scenario’s worden van laag naar hoog in een figuur gezet.


Vervolgens gaan we voor de hoogte van de algemene reserve uit van een zekerheidspercentage van 95%. Dat houdt in dat in 95% van de gevallen de algemene reserve hoog genoeg is. We gaan niet op 100% zitten, omdat dat zou betekenen dat we hoge bedragen gaan reserveren voor statistisch uitzonderlijke scenario’s. De berekening van het risicocumulatiemodel levert een hoogte op van € 75,8 mln.

1) Rampen en zware ongevallen
De gemeente spaart niet voor risico's van (natuur)rampen (of ander groot onheil) die Den Haag kunnen treffen (watersnood, extreme weersomstandigheden, epidemieën, etc.). Hoewel de kans hierop klein is, is de schade die het gevolg kan zijn van een dergelijke gebeurtenis aanzienlijk, zo hebben we bijvoorbeeld gezien bij de vuurwerkramp in Enschede. Doordat de kans op een dergelijke ramp klein is, is het effect op het benodigde weerstandsvermogen beperkt.
Kans: 1%
Bedrag: 63,5 mln.

2) Eigen risico verzekeringen
De gemeente heeft een hoog eigen risico op verzekeringspolissen afgesloten, omdat dit per saldo financieel voordeliger is. Deze keuze bevat desalniettemin een risico. Wanneer zich verschillende calamiteiten tegelijk voordoen is de totale eigen bijdrage van de gemeente hoger dan in de reguliere begroting kan worden opgevangen. Bovendien heeft de gemeente ervoor gekozen de fraude- en berovingsverzekering in eigen beheer te nemen omdat de premie hiervan niet opweegt tegen het risico. Het maximale risico dat de gemeente loopt is € 5,4 mln. De kans dat zich dit risico voordoet is klein.
Kans: 10%
Bedrag: € 5,4 mln.

3) Grote projecten
De gemeente loopt bij omvangrijke (ruimtelijke) fysieke projecten en ict-projecten risico's. We proberen deze risico’s allereerst te minimaliseren door erop te sturen dat de risico’s niet optreden in projecten. Ook wordt in het projectbudget extra geld beschikbaar gesteld om risico’s te kunnen dekken als deze zich voordoen. De raad kan kiezen een project aan te wijzen als een groot ruimtelijk investeringsproject (GRIP). Voor deze projecten wordt ieder halfjaar een voortgangsrapportage aangeboden.
We illustreren de geschetste werkwijze aan de hand van twee grote projecten:
Spuikwartier. In november 2014 heeft de gemeenteraad besloten tot ontwikkeling van het Spuikwartier. In het raadsbesluit is de strategie opgenomen hoe risico’s voor deze gebiedsontwikkeling worden beheerst. Voor risico’s die desondanks optreden is binnen het project € 23,5 mln. weerstandsvermogen beschikbaar gesteld. De raad wordt via de GRIP-rapportages op de hoogte gesteld van het verloop van de uitgaven, de risico’s en de reserves.
Rotterdamse Baan. Bij vaststelling van het project is een budget onvoorzien opgenomen voor verwervingskosten, bouw- en overige kosten. Tevens is € 19 mln. beschikbaar gesteld binnen het projectbudget als reductie van de kans op eventuele overschrijdingen. De raad wordt via de GRIP-rapportages op de hoogte gesteld van het verloop van de uitgaven, de risico’s en de reserves.

Er is nu geen reden aan te nemen dat de risicobeheersingsmaatregelen en het budget voor onvoorziene kosten voor deze, en andere grote projecten niet afdoende zijn. Den Haag stuurt op het tot een goed einde brengen van grote projecten. Er is altijd een kans dat zich tegenvallers voordoen op grote projecten, doordat zaken niet te kwantificeren zijn of doordat risico's zijn onderschat. Dat kunnen bouwkosten betreffen, maar ook de gevolgen voor de exploitatie van nieuwe voorzieningen. De resterende investeringsportefeuille bedraagt ongeveer € 1,080 mld. (hiervan wordt ongeveer € 595 mln. met gemeentelijke middelen gefinancierd en ongeveer € 485 mln. met bijdragen van derden).
Als extra maatregel nemen we daarom een risico op voor grote projecten in het weerstandsvermogen van de gemeente Den Haag.

Bij deze begroting wordt het risico op grote projecten anders gewaardeerd dan voorheen. De kans op optreden van dit risico blijft gewaardeerd op 25%. De omvang van het risico bij optreden wordt gewaardeerd op € 25 mln. (was: € 10 mln.). Een aantal grote fysiek ruimtelijke projecten nadert zijn voltooiing. Deze projecten kennen een verhoogd risicoprofiel in combinatie met een geringe risicobuffer binnen de projecten zelf. De verwachting is dat deze projecten binnen het bestaande budget kunnen worden afgerond. Desalniettemin dient de gemeente rekening te houden met een mogelijke tegenvaller op deze projecten. Door met dit risico rekening te houden blijft de gemeente financieel deugdelijk, terwijl tegelijker tijd op voorhand geen onnodig beslag op de schaarse beschikbare middelen hoeft te worden gelegd.
Kans: 25%
Bedrag: € 25 mln.

4) Goede ontsluiting zuidelijk havengebied Scheveningen
De functies in Scheveningen-Haven kunnen niet zonder een goede ontsluiting. Het bouwen van een oeververbinding is nu niet aan de orde. Een pont of watertaxi zijn mogelijk zodra dat noodzakelijk/wenselijk is. De ontsluiting zal voorafgaand hieraan – in breder gebiedsperspectief – uitgewerkt worden. Het is nu niet zeker dat de gereserveerde ontsluitingsmiddelen in de grondexploitatie afdoende zijn. Daarom wordt vooralsnog rekening gehouden met een risico van € 3,5 mln. Doel is om een goede ontsluiting te realiseren zonder de risicomiddelen aan te hoeven spreken.
Kans: 50%
Bedrag: € 3,5 mln.

5) Waardering vastgoed
De gemeente onderzoekt jaarlijks de waarde van het gemeentelijk vastgoed. Als blijkt dat de marktwaarde van het strategisch en of te verkopen vastgoed significant onder de boekwaarde ligt, volgt een afwaardering. De afgelopen jaren is al veel afgewaardeerd en ook de economie lijkt te stabiliseren. Het strategisch vastgoed heeft echter een eigen dynamiek, vanwege de mogelijke herontwikkeling. Verdere afwaarderingen in de toekomst zijn daarom niet uit te sluiten, omdat bij de waardering van het vastgoed gebruik wordt gemaakt van Woz waarden van een jaar eerder. Het risico blijft daarom gehandhaafd. We schatten op basis van de afwaardering in de afgelopen jaren het risico in op € 9 mln.
Kans: 75%
Bedrag: € 9 mln.

6) Effecten nieuw verdeelmodel Bijstandsuitkeringen 2017
Sinds 2015 hanteert de rijksoverheid een nieuw verdeelmodel bij de verdeling van het bijstandsbudget. Dit heeft een nadelig effect voor Den Haag. Tezamen met andere gemeenten is Den Haag langs verschillende sporen in onderhandeling met het rijk over aanpassingen van het verdeelmodel. Desondanks blijft dit model in 2016 gehandhaafd. Het rijk heeft het voornemen om in 2017 een volledig objectief model beschikbaar te hebben, maar het is nog zeer onduidelijk of dit gerealiseerd kan worden. Voor 2017 houdt de gemeente Den Haag rekening met een mogelijk nadeel van € 32 mln. als gevolg van nog niet gereed zijn dan wel onvolkomenheden in het nieuwe objectieve verdeelmodel 2017. Ook is niet duidelijk hoe de vangnetregeling er vanaf 2017 zal gaan uitzien. In de huidige ramingen houdt de gemeente Den Haag rekening met een beroep op de vangnetregeling van € 22 mln. Het risico bestaat dat dit bedrag geheel of gedeeltelijk niet meer te verhalen zal zijn bij het invoeren van het nieuwe objectieve verdeelmodel. Uitgaande van het verdeelmodel dat voor een deel gebaseerd is op een historische component, zouden de stijgingen van het aantal uitkeringen van de afgelopen jaren moeten resulteren in een hoger aandeel van het macrobudget. Dit zou voor toekomstige jaren een verkleining van het knelpunt moeten betekenen.
Kans: 60%
Bedrag: € 32 mln. + € 22 mln.

7) Bijstandsuitkeringen eigen risico 2016
Het rijk verstrekt het bijstandsbudget aan de gemeenten middels een verdeelmodel. De kans bestaat dat het budget dat het rijk aan alle gemeenten verstrekt ontoereikend is voor de bijstand en dat de gemeente Den Haag meer bijstandsuitkeringen heeft dan het budget waarop het verdeelmodel is gebaseerd. Er is dan sprake van een tekort en onder voorwaarden kan een beroep op een vangnetregeling worden gedaan waarbij een eigen risico geldt. Het verdeelmodel wordt momenteel herzien en de systematiek voor de vangnetregeling en het berekenen van het eigen risico zijn in zowel 2015 als 2016 tijdelijk aangepast. In 2015 was het tekort in Den Haag op de bijstandsuitkeringen € 27 mln. bij een stijging van 7,6% van het aantal bijstandsuitkeringen. Voor 2016 wordt verwacht dat deze trend zich voortzet, waarbij de verwachting is dat dit kan worden opgevangen door aanspraak te maken op de vangnetregeling en het tekort voor 2016 naar verwachting qua omvang vergelijkbaar zal zijn met 2015. Ook is er gezien het stijgende volume van de bijstandsgerechtigden een uitvoeringsrisico. Dit kan leiden tot een aanvullend tekort van € 5 mln. om de wettelijke uitvoering op orde te houden. In september 2016 is er met de toekenning van het definitief budget BUIG 2016 meer duidelijkheid over de effecten van de herverdeling van de bijstandsbudgetten in 2016. In het budgettair kader wordt € 24,6 mln. aangewend voor het tekort op de bijstandsuitkeringen in 2016 als gevolg van het herverdeeleffect op de bijstand. Het restant tekort wat geraamd wordt op € 7,4 mln., wordt als risico voor 2016 opgenomen.
Kans: 90%
Bedrag: € 7,4 mln.

8) Wmo
Per 1 januari 2015 is een aantal taken op het gebied van de Wmo overgeheveld naar de gemeenten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen die taken die alle gemeenten uitvoeren en taken die ondergebracht worden bij de centrumgemeenten. Den Haag vervult beide taken. De overheveling van taken gaat gepaard met een bezuinigingstaakstelling van het rijk en de rijksbekostiging laat in de meicirculaire 2015 over de jaren heen opmerkelijke schommelingen zien. De budgetten zijn o.a. aangepast voor de uitnamen Wet langdurige zorg (Wlz) en extramuraliseringseffecten. Omdat 2015 een overgangsjaar is en de effecten van de decentralisaties van de zorgtaken naar de gemeente nog verre van uitgekristalliseerd zijn, is het nog niet helder of er risico’s optreden. Ook aan de overgang naar het objectieve bekostigingsmodel zijn naar verwachting nog herverdelingseffecten verbonden. In de meicirculaire 2016 zullen zeker verschuivingen plaatsvinden van de Wmo naar de Wlz.
Kans: 50%
Bedrag: € 6 mln.

9) Risicoraming jeugdzorg
Per 1-1- 2015 heeft de gemeente de verantwoordelijkheid van Jeugdzorg overgenomen van het rijk. De inkoop van de zorg voor de jeugd vindt plaats via het H10 inkoopbureau. Dit inkoopbureau verstrekt de gemeenten de overzichten van de budgetuitnutting van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieders en zorginstellingen. Er is voor het transitiejaar 2015 een uitgebreid controleprotocol samengesteld. Instellingen leggen over de eerste 9 maanden verantwoording af over de gemaakte en verder verwachte kosten, die wordt beoordeeld door hun eigen accountant. De raming van de laatste drie maanden door het H10 inkoopbureau wordt gecontroleerd door de accountant van het H10 inkoopbureau. Dit controleprotocol heeft goed gewerkt.

In de jaarrekening 2015 is een bedrag van € 84,6 mln. aan uitgaven zorg opgenomen. Uit de controle blijkt dat de meeste grote instellingen van Den Haag een schone controleverklaring hebben ontvangen over de eerste 9 maanden, ondanks kanttekeningen bij een aantal instellingen omtrent de vastleggingen in de behandeldossiers. De instellingen met een beschikt bedrag boven € 0,5 mln. corresponderen met een budgetbeslag van circa € 76 mln. Uit de bevindingen van de accountant van het inkoopbureau H10 blijkt dat de ramingen van het H10 inkoopbureau voor de resterende 3 maanden van 2015 op redelijke gronden tot stand zijn gekomen. De definitieve cijfers worden uiteraard pas bij de afrekening over 2016 beschikbaar. Bij de eindafrekening over 2015 van de instellingen zal ook duidelijk worden in welke mate deze geraamde bedragen overeenkomen met de uiteindelijke verrekeningen. De verwachting is dat de eindafrekening in juli 2016 zal plaatsvinden.
Kans: 50%
Bedrag: € 4,15 mln. (inschatting met bandbreedte van 5% positief en negatief)

10) Hogere benutting van het persoonsgebondenbudget (PGB)
Met ingang van 2015 betaalt de gemeente de PGB’s niet meer zelf uit aan de klanten. Door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 en de introductie van het PGB-trekkingsrecht maakt de gemeente het budget voor 2.500 budgethouders over naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die vervolgens de zorgverlener uitbetaalt. De start van het PGB-trekkingsrecht verliep moeizaam: het ict-systeem van de SVB kon de Wmo-indicaties niet verwerken en de administratie is niet op orde. In 2015 is er voor € 5 mln. aan Wmo-huishoudelijke hulp (Wmo-hh), € 22,7 mln. aan Wmo-maatschappelijke ondersteuning (Wmo-mvo) + beschermd wonen en € 5,8 mln. jeugdzorg aan PGB’s verantwoord. In totaal: € 33,5 mln. Vanwege het onvoldoende op orde zijnde ICT systeem bij de SVB is het bij de jaarrekening 2015 nog onduidelijk hoeveel van de toegekende PGB’s daadwerkelijk gedeclareerd en geaccepteerd worden. Wij gaan ervan uit dat 90% van de totaal verstrekte PGB’s daadwerkelijk gedeclareerd zullen gaan worden (voor Jeugd is dit 95%). Het risico dat er 100% gedeclareerd gaat worden is aanwezig, maar niet aannemelijk. In dat geval zou het gaan om een risico van 10% van een totaal van € 33,5 mln. De omvang van dit risico is € 3,3 mln.

Bij de meicirculaire 2016 is bekend geworden dat de SVB niet alle bedragen over 2015 met de gemeentes zal verrekenen. Bedragen die de gemeentes onterecht hebben overgemaakt zoals WLZ en ambtshalve beschikkingen zullen niet verrekend worden. De niet verzilverde bedragen hiervan zullen echter wel verrekend worden. Voor het onderdeel jeugdzorg is een bedrag van € 1,9 mln. WLZ en € 0,4 mln. ambtshalve beschikkingen in 2015 betaald. Het is op dit moment niet bekend welk deel hiervan verzilverd is. De verwachting is dat de eindafrekening met de SVB in de loop van juni zal plaatsvinden. Bij de totstandkoming van de jaarrekening 2015 is geen rekening gehouden met een terug te ontvangen bedrag voor de ambtshalve beschikkingen.
Kans: 60%
Bedrag: € 3,3 mln.

11) Statushouders
Door de sterke toestroom van vluchtelingen en asielzoekers doet de landelijke overheid een beroep op gemeenten voor extra opvang van asielzoekers en huisvesting van statushouders. Voor 2017 krijgt Den Haag ook een opgave. Het is nog niet bekend hoeveel statushouders er precies komen, maar de gemeente houdt rekening met zo’n 1.000-1.300. Het college gaat ervanuit dat de VNG wederom lobby voert bij het Rijk voor middelen.
Kans: PM
Bedrag: PM

12) Btw-compensatiefonds
Het Rijk heeft een maximum gezet op het btw-compensatiefonds. Bij een aantrekkende economie, bij meer uitbestedingen of bij grote investeringen van gemeenten, is de kans reëel dat de gemeenten meer btw bij het rijk declareren dan er in het btw-compensatiefonds zit. Het rijk dekt dat tekort op het btw-compensatiefonds dan met een uitname uit het gemeentefonds. Het maximale risico voor alle gemeenten samen schatten we op 10% van het btw-compensatiefonds van € 2,3 miljard. Het Haagse aandeel daarvan is 4,5%. Waarmee het Haagse aandeel op afgerond € 10 mln. komt.
Kans: 40%
Bedrag: € 10 mln.

13) Afschaffing precariobelasting
De minister van BZK is van plan de precariobelasting op ondergrondse leidingen af te schaffen. De Tweede Kamer dringt hier namelijk erg op aan. Als deze precario wordt afgeschaft levert dit een structureel nadeel op van ca. € 16 mln. Op 10 februari jl. heeft minister Plasterk aan de Tweede Kamer gemeld dat een voorstel tot afschaffing van de precario op ondergrondse leidingen deel zal uitmaken van de herziening van het gemeentelijke belastinggebied, die waarschijnlijk per 2019 ingaat. Dit omdat de gemeenten dan de effecten van de afschaffing kunnen opvangen. Dat betekent dat de gemeente geen financiële compensatie zullen ontvangen, en geacht worden de afschaffing te compenseren met andere lokale belastingen zoals de ozb– of met bezuinigingen. Overigens is het nog de vraag welke sturingsvrijheden de gemeenten hier bij krijgen en of volledige compensatie mogelijk is. De kans bestaat bovendien dat de Tweede Kamer of het volgende kabinet een ander standpunt over de herziening van het gemeentelijk belastinggebied inneemt. De afschaffing van de precariobelasting is daarom nog geen zeker financieel gevolg maar een risico.
Kans: 50%
Bedrag: € 15,8 mln.

14) Belastingplicht overheidsbedrijven
Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet modernisering vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen in werking getreden. Het rijk gaat over overheidsactiviteiten vennootschapsbelasting heffen. Dit vanuit het oogpunt dat er een gelijk speelveld moet bestaan tussen belastingplichtige marktpartijen en overheidsbedrijven. Met als doel om concurrentieverstoringen weg te nemen. Het wetsvoorstel heeft gevolgen voor gemeenten, indien zij overheidsbedrijven of activiteiten hebben die onder dit nieuwe regime vallen. Het eerste belastingjaar is 2016. De gemeente brengt momenteel in beeld wat de gevolgen zijn van deze wetswijziging. Pas als daar duidelijkheid over is kan een goede inschatting worden gemaakt hoe groot het effect is op de beleidsmatige activiteiten De wetgeving leidt tot een extra administratieve last. Een voorlopige inschatting van het risico voor de gemeente Den Haag bedraagt € 1 mln. (invoeringslasten en vennootschapsbelasting).
Kans: 50%
Bedrag: € 1 mln.

15) Afname WSW in relatie tot rijksbijdrage
De Wet op de Sociale Werkvoorziening is in 2015 opgegaan in de Participatiewet. Hierdoor komen er geen nieuwe instroom WSW-ers meer en daalt het aantal WSW-ers als gevolg van overlijden, pensionering en overige uitstroom geleidelijk. Hiermee samenhangend daalt ook de rijksbijdrage. Het risico bestaat dat deze daling van de rijksbijdrage sneller verloopt dan de afname van het aantal WSW-ers. We schatten het financiële effect van dit risico in op € 3,5 mln. structureel.
Kans: 50%
Bedrag: € 3,5 mln.

16) Btw Sport
In het Sportbesluit staan de Btw criteria waaraan de exploitatie van een sportaccommodatie moet voldoen. Momenteel valt het ter beschikkingstellen van sportaccommodaties door gemeenten onder het lage Btw-tarief van 6% als sprake is van gelegenheid tot sportbeoefening. Als gevolg van een Europees vonnis (West Dorset Golf Club-arrest ) was het rijk voornemens het Sportbesluit aan te passen. Het rijk wil deze activiteiten vrijstellen van Btw-heffing. Het kabinet is niet meer voornemens in deze huidige coalitieperiode het sportbesluit verregaand aan te passen. De vrijstelling betekent dat door de gemeente betaalde Btw een kostenpost vormt. Den Haag is een stad die relatief veel investeert in goede sportvoorzieningen. De Btw-maatregel in de gemeentelijke sport-begroting leidt tot een kostenpost van € 2,5 mln. Momenteel bestudeert de wetgever de gevolgen. Daarnaast is ook nog niet duidelijk of Den Haag mogelijk aanspraak maakt op compensatie.
Kans: 50%
Bedrag: € 2,5 mln.

17) Transitievergoeding
Transitiekostenvergoeding betreft een aanpassing van het ontslagrecht in de private wet- en regelgeving. Dit houdt in dat na twee jaar ziekteverzuim, een sw-medewerker nu recht heeft op een transitiekostenvergoeding om de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te vergroten. Berekening van 1 jaar laat een relatief “oude” populatie (62-64 jaar) zien, en laat zien welke werknemers straks recht hebben op een ontslagvergoeding van ongeveer € 53.000, zonder nog uitzicht te hebben op een nieuwe arbeidsplek. Er is nog geen zicht op aangepast beleid om deze situatie te kunnen beperken, maar het betreft wel een wettelijke maatregel. De jaarlijkse kosten worden geschat op € 0,6 mln.
Kans: 60%
Bedrag: € 0,6 mln. structureel

18) Erfpacht
De afgelopen jaren is gemiddeld zo’n € 8 a € 10 mln. per jaar aan erfpachtinkomsten afgedragen als voedingsbron voor activiteiten in het kader van stedelijke ontwikkeling. Het is een dekkingsbron voor apparaat en projecten voor de programma’s wonen en stadsontwikkeling. Door de lage marktrente, daalt ook het canonpercentage voor erfpacht en ontvangt de gemeente minder inkomsten dan voorheen voor nieuwe en herziene erfpachtcontracten. Ook worden hiermee samenhangend minder erfpachtcontracten afgekocht, waardoor incidentele baten verminderen. Het erfpachtresultaat bedroeg in 2015 ca. € 2 mln. negatief ten opzichte van het begrote resultaat. Uit verkenningen blijkt dat in de periode 2016 t/m 2020 mogelijk € 22 mln. minder bijdrage uit het erfpachtsaldo aan de begroting kan worden toegevoegd. In de meerjarenbegroting is € 2 mln. per jaar beschikbaar per gesteld voor 2017 t/m 2019 om de lagere afdracht uit erfpachtinkomsten te compenseren. Er bestaat een gerede kans dat, als gevolg van marktontwikkelingen, structureel lagere erfpachtbaten worden gerealiseerd. Op basis van marktontwikkelingen en realisaties zullen we dit monitoren. Voor het resterende risico van bij benadering € 3,5 mln. per jaar houden we rekening binnen het risicocumulatiemodel.
Kans: 60%
Bedrag: € 3,5 mln. structureel

Financiële kengetallen

Jaarlijks neemt de gemeente de landelijk voorgeschreven financiële kengetallen in de begroting op. Door de wijziging in het BBV komt daar dit jaar voor het eerst een geprognosticeerde balans bij. Deze balans is extracomptabel tot stand gekomen. De in deze paragraaf opgenomen kengetallen zijn gebaseerd op de geprognosticeerde balans en gaan uit van ongewijzigd beleid. De combinatie van de kengetallen en de geprognosticeerde balans zijn een indicatie voor de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente inde komende jaren.
Op basis van deze geprognosticeerde balans zijn de volgende kengetallen bepaald:

Jaarrekening

Begroting

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Netto schuldquote

48,26%

42%

56%

67%

69%

72%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)

22,05%

33%

47%

58%

61%

64%

Solvabiliteitsratio

32,21%

32%

27%

22%

20%

20%

Structurele exploitatieruimte

1,19%

0,0%

0,5%

0,4%

0,3%

0,3%

Grondexploitatie

1,67%

3,8%

4,4%

4,6%

4,5%

4,5%

Belastingcapaciteit

76%

76%

75%

75%

75%

75%

EMU-saldo

-126.718

-248.647

-247.000

-208.000

-50.000

-40.000

Netto Schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De komende jaren neemt de netto schuldquote van de gemeente toe. Dit komt omdat de gemeente geld aantrekt voor de uitvoering van investeringsprojecten en door verstrekte leningen aan enkele verbonden partijen/derden. Om deze leningen te kunnen verstrekken heeft de gemeente geld op de kapitaalmarkt geleend. Deze leningen zijn één op één door verstrekt aan de verbonden partij. De daling van de schuldquote in 2016 houdt verband met de voorgenomen overdracht van de leningen HTM aan de Metropoolregio. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Financiering.

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden)
Om een goed beeld te krijgen van de verstrekte leningen aan derden dient de netto schuldquote hiervoor te worden gecorrigeerd. De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) neemt toe. De Haagse bevolking groeit elk jaar verder, en de gemeente wil de dienstverlening aan haar burgers, ook de nieuwe, op z’n minst op hetzelfde niveau handhaven. Hierbij horen grote investeringen die deels met geleend geld worden betaald. Met de financieringsbrief gemeentelijke financiering 2016 wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voorgenomen financieringsstrategie voor de komende periode. Daarnaast nemendoor de uitvoering van het voorgenomen beleid de bestemmingsreserves af. Het betekent dat het voorgenomen beleid wordt uitgevoerd.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit op de balans gefinancierd is door het eigen vermogen en in hoeverre de gemeente aan de financiële verplichtingen kan voldoen. De solvabiliteitsratio van de gemeente Den Haag neemt af. De afname van de solvabiliteit komt door de inzet van de bestemmingsreserves. Tegenover de lagere bestemmingsreserves staat een hoger niveau aan voorzieningen. De stad wordt hierdoor aantrekkelijker voor bewoners, bedrijven en instellingen.

Structurele exploitatieruimte
Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatieve percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Het kengetal drukt daarmee niet uit of sprake is van een begrotingstekort of – overschot. Den Haag heeft voor de komende jaren een structureel sluitende begroting; alle structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.

Grondexploitatie
De waarde van de grondexploitaties bij de gemeente Den Haag vormen een gering deel van de totale baten.

Belastingcapaciteit
Lage woonlasten dragen bij aan een prettig woon- en investeringsklimaat. De ambitie van de gemeente is om ons in de top drie van de grote gemeente met de laagste woonlasten te handhaven. Het kengetal belastingcapaciteit geeft weer hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten exact het landelijk gemiddelde zijn. Een lager percentage dan 100% betekent dat de woonlasten per huishouden lager zijn dan het landelijke gemiddelde. Den Haag heeft met een percentage van 76% (relatief) lage woonlasten. Hiermee steekt de gemeente Den Haag niet alleen gunstig af ten opzichte van de meeste grote steden, maar van alle Nederlandse gemeenten.

EMU-saldo
Tot en met 2018 verwacht de gemeente een hoger EMU-tekort dan over de afgelopen jaren. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. In 2016/17 wordt het project Sportcampus afgerond en begint de realisatie van het Spuikwartier en de Rotterdamsebaan. Daarnaast is de uitvoering van het incidentele beleid uit het coalitieakkoord voor deze jaren voorzien. Beide ontwikkelingen zorgen ervoor dat het tekort in deze jaren toeneemt. Het landelijke beeld is dat in de realisatie het EMU-saldo doorgaans lager is dan het begrote saldo. Na 2018 lijkt het EMU-saldo sterk af te nemen. Voor een belangrijk deel komt dit doordat de (vervangings)investeringen voor die jaren nog niet volledig in te schatten zijn.

Geprognosticeerde balans
De geprognosticeerde balans maakt dit jaar voor het eerst onderdeel uit van de begroting. Deze balans biedt inzicht in de hoofdlijnen van de effecten van de verwachte financiële ontwikkeling van de gemeente in de komende jaren op de balans.

De komende jaren neemt de materiële vaste activa van de gemeente toe. Dit komt vooral door de uitvoering van de investeringsagenda, waar onder de Sportcampus, het Spuikwartier en de Rotterdamsebaan. Daarnaast zet de gemeente de komende jaren de bestemmingsreserves in voor de realisatie van het afgesproken beleid. De inzet van de bestemmingsreserves en de uitvoering van de investeringsagenda leidt er toe dat de langlopende schulden eveneens toenemen. De langlopende schulden blijven daarbij onder de in de literatuur genoemde bovengrens van 130 procent van de exploitatie. Met andere woorden: de financiële positie van de gemeente blijft gezond.

(bedragen in € 1.000)

Jaarrekening

Begroting

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Vaste activa

Immateriële vaste activa

Materiële vaste activa

1.405.392

1.536.000

1.700.000

1.770.000

1.780.000

1.830.000

Financiële vaste activa

827.410

440.000

440.000

440.000

440.000

440.000

2.232.802

1.976.000

2.140.000

2.210.000

2.220.000

2.270.000

Vlottende activa

Voorraden

47.550

71.000

82.000

82.000

82.000

82.000

Uitzettingen/Vorderingen

290.273

310.000

300.000

290.000

290.000

290.000

Overlopende activa

209.275

184.000

190.000

190.000

190.000

190.000

Liquide middelen

1.456

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

548.554

567.000

574.000

564.000

564.000

564.000

Totaal Activa

2.781.356

2.543.000

2.714.000

2.774.000

2.784.000

2.834.000

Vaste passiva

Eigen Vermogen

895.958

810.000

738.000

600.000

560.000

570.000

Voorzieningen

168.631

160.000

160.000

160.000

160.000

160.000

Langlopende schulden

1.152.035

1.030.000

1.280.000

1.476.000

1.526.000

1.566.000

2.216.624

2.000.000

2.178.000

2.236.000

2.246.000

2.296.000

Vlottende passiva

Vlottende schulden

492.757

436.000

438.000

440.000

440.000

440.000

Overlopende passiva

71.975

107.000

98.000

98.000

98.000

98.000

564.732

543.000

536.000

538.000

538.000

538.000

Totaal Passiva

2.781.356

2.543.000

2.714.000

2.774.000

2.784.000

2.834.000

Algeheel oordeel

De financiële positie van Den Haag blijft robuust. Den Haag zet de bestemmingsreserves in voor de realisatie van het afgesproken beleid. De kwaliteit van de stad verbetert hierdoor. De solvabiliteit van de gemeente neemt af, maar blijf binnen aanvaardbare grenzen.